Geplaatst in Bedrijfswaardering, Groeivoet

Onze paus heeft het opnieuw gezegd.

Neen, niet die van Washington D.C., noch die van het Vaticaan, maar wel die van New York, met name Aswath Damodaran dus, die van de New York Stern School of Business.

Met een simpele Trumpiaanse slogan meldde Aswath Damodaran onlangs, en ik citeer “Focus more on ‘CF’ than the ‘D’”.

Mijn aanvoelen is dat dit geen nieuwe encycliek is, maar integendeel een iteratie is op wat wij als professionele kenners reeds lang wisten.

Als trouwe Damodariaanse economische volgeling had ik dit reeds lang van tevoren gezien of voelen aankomen, lees er mijn blog bijdrage op na.

Uiteindelijk gaat het als basis in ruime mate over de “Cost of Capital”, ook beter bekend als de “vermogenskostenvoet” en in meer specifieke mate over groei, marge en her-investeringsbehoeften waarbij de focus ligt op Cash Flow (ook bekend als “geldstroom”).

Hierover zegt Aswath … “When your valuations go awry, it is almost never because of the mistakes that you made on the discount rate and almost always because of errors in your estimates of cash flows (with growth, margins and reinvestment),” he writes. Therefore, you should focus on making the most accurate cash flow projections possible and include all risks, instead of “obsessing about the minutiae of discount rates“.

Inderdaad Aswath: mooi gezegd en slim gezien: verkoop de bestemming en niet het vliegtuig!

Geplaatst in Bedrijfswaardering

In het alfabet komt eerst de “C” dan pas de “D”

Bij DCF (Discounted Cash Flow) is het vreemd genoeg net andersom.

In deze tijden van lage tot zeer lage rente ligt het accent daarom nu eerder op CF (cash flow, geldstroom in het Nederlands).

Zie hiervoor onze eerdere blog bijdragen;

Het gebruik van DCF met de billen bloot.
EBITDA tendensen en ruis op de lijn.
Met het simpele gebruik van DCF kan je de toekomst voorspellen.
Kan de DCF methode bij KMO waarderingen worden gemanipuleerd?

Dus, de nadruk ligt eerder op geldstromen en groeifactoren en:

– growth + efficiencies = earnings,
– competitive advantage,
– scale,
– stability,
– business strategy.

Nog niet overtuigd? Raadpleeg dan de volgende artikelen van de wereldwijde “Valuation Ûber-Meister” Aswath Damodaran;

If you have a D (discount rate) and a CF (cash flow), you have a DCF

Putting the D in the DCF: The Cost of Capital.

Discounted Cashflow Valuations (DCF): Academic Exercise, Sales Pitch or Investor Tool?

HELLO … from the other side… bent u er nog? … how are you en bent u nog mee? (dank u Adele).

Geplaatst in Waarde Creatie

De waarde van een accountantskantoor en … anderen, maar kijk eens eerst goed onder de motorkap …

Niet alleen de accounting industrie als geheel ondergaat grote veranderingen.  Zeker in de USA, maar ik vermoed ook in België en Nederland.  Ik ben er trouwens haast zeker van. Niet akkoord?  Dan verneem ik graag uw commentaar en bevindingen via dit forum.

Deze veranderingen zijn trouwens evenzeer op onze KMOs (MKB in Nederland) van toepassing, onder meer onder druk van de pensionering van de zogenaamde “Baby Boomers” (geboortegolf).

Ik voeg er in één bewering aan toe dat ook de transitie van een 2D wereld naar een 3D omgeving hier duidelijk niet vreemd aan is, zie hiervoor onze Blog bijdrage.

Het Amerikaanse “Journal of Accountancy” (http://goo.gl/FG9ROu) heeft dit algemene en bijzondere fenomeen zeer recent gecommentarieerd.

Als samenvattende conclusie stelt deze publicatie vast dat de groep Baby Boomers in de meeste kantoren leidinggevend zijn en dat bovendien verrassend genoeg geen ondertekende successie overeenkomsten of continuïteitsplannen voorhanden zijn.  Opnieuw, is dit een bekend en parallel lopend fenomeen bij onze KMO ondernemingen.

Zij constateren naast deze vreemde vaststellingen dat de waarde van een accountantskantoor bepaald wordt afhankelijk of het een “externe verkoop” dan wel een zogenaamde “interne verkoop” of overdracht gaat.

Bij een externe verkoop somt de Journal of Accountancy 4 belangrijke specifieke waardebepalende factoren op.  Ik vat samen.

  1. Cash voorschotten: liggen tussen helemaal geen voorschot tot maximaal 20%.
  2. Het behoud van het niveau van eerder gerealiseerde declaraties en opdrachten (client retention & fees collected).
  3. De normale (eventueel genormaliseerde) winstgevendheid van het kantoor.
  4. De looptijd van de overeengekomen uitbetaling (gemiddeld tussen 3 à 10 jaar).

Wat de waardering van deze externe deals betreft, baseren de auteurs van dit artikel zich op hun ervaring van meer dan 900 deals over een periode van 24 jaren en concluderen hierbij dat deals gerealiseerd worden aan een multiple van circa 1 à 1,25 maal de gerealiseerde omzetten.

Deze multiple is eerder een “prijs” oordeel eerder dan een “waarde” vaststelling.  Dus let op!  Zoals ik in mijn vorig blog bericht poneerde “kijk maar eens eerst goed onder de motorkap”.

Geplaatst in Business planning, Waarde Creatie

Waardering van ondernemingen: tussen theorie en praktijk: een stand van zaken

Bedrijfswaardering is een bijzonder complexe materie, die per definitie nooit een “exacte of juiste” uitspraak oplevert.

Het waarderingsproces resulteert immers enkel en alleen in de onderbouwde uiting door een waarderingsdeskundige van een “opinie”, dit is algemeen bekend.

Denk hierbij maar enkel aan de noodzakelijke parameters om de WACC (de gemiddelde gewogen kostenvoet) te kunnen berekenen.  Ook aan de te hanteren hypotheses voor het berekenen van de eindwaarde (terminal value), zoals macro-economische- en sectoriële vooruitzichten en lange termijn groeiverwachtingen.

Recentelijk hebben de professoren Frank Bancel en Usha Mittoo hierover een Europees onderzoek uitgevoerd (“Analyse Financière”, Juillet-Août-Septembre 2013, No 48).

Zij kwamen tot de conclusie dat de bestaande en onderwezen waarderingsmodellen weliswaar wijd verbreid zijn en er unanimiteit bestaat omtrent het gebruik ervan, maar dat er absoluut geen eenstemmigheid bestaat bij het gebruik van de diverse individuele parameters.

Zij besluiten aldus met de ludieke slagzin “kijk maar eens eerst goed onder de motorkap”.

Een beperkte greep uit de conclusies van hun studie:

  • WACC wordt door 87% van de deskundigen gebruikt,
  • 60% gebruikt een vast discontopercentage in de horizon periode,
  • er is geen eensgezindheid omtrent de debt/equity verhouding, 40% gebruikt een vaste markt verhouding in de horizon periode,
  • voor het bepalen van de risico vrije rentevoet wordt de voorkeur gegeven aan 10-jaarse  staatsobligaties,
  • de gebruikte risicopremie varieert van 4,8% tot 5,8%,
  • 58% verhoogt de risicopremie met o.m. een “small firm premium” en een landenrisico premie,
  • voor het bepalen van de eindwaarde van de free cash flows wordt hoofdzakelijk gewerkt met één groeivoet, terwijl een minderheid werkt met de methode van de “cash flow fade”.